Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen

dinsdag 3 juli 2012

I've got an atlas in my hands


Take me to the docks, there's a ship without a name 
It is sailing to the middle of the sea 
The water there is deeper than anything you've ever seen 
Jump right in and swim until you're free 

Dit is nog steeds één van de mooiste nummers die ik de afgelopen tijd heb gehoord. Het raakt me: zijn stem, de tekst. Ik kan niet anders dan dromen als ik dit hoor.

Is het al weer een half jaar geleden dat ik naar Argentinië ging? Ruim zes maanden geleden dat ik op 4.000 meter hoogte tussen de flamingo's stond? Dat ik rozig van de Malbec door de wijngaarden fietste, empanada's geserveerd kreeg door een serveerster die grote kauwgombellen blies en weer liet klappen. Dat ik het ijs van de Perito Moreno gletsjer hoorde scheuren, de echo als onweer tussen de bergen. Ik denk nog vaak terug en verlang naar meer.

"You travel a lot, don't you?" zei S. laatst en hoewel ik altijd meer wil, had hij gelijk. Want sinds Zuid-Amerika ben ik al drie keer in Londen geweest, een weekend Zadar, een weekendje Duitsland. Over 2,5 week vertrek ik naar Italië, een nieuwe reis naar Vejer is al gepland, evenals een weekend Brussel en ik hoop nog een paar keer naar Londen te gaan. Ik mag niet klagen, en dat wil ik ook helemaal niet.

Maar verlangen mag ik wel, doe ik wel, wil ik altijd blijven doen.


De spanning van een grote reis, het ontdekken van volstrekt nieuwe gebieden en me de wereld nog meer eigen maken. Zuid-Amerika draag ik nog altijd bij me, ik denk er dagelijks aan terug en als ik de foto's bekijk voel ik nog de zon op mijn huid, hoe ijl de lucht was op die hoogte, de magie van flamingo's en regenboogmeren en het machtige gevoel van een rokende vulkaan. De wereld bleek nog zo veel mooier dan ik dacht en smaakt naar meer.

Heel graag wil ik terug, er is nog zo veel te zien daar, maar nog liever wil ik nu de andere kant op. Boekwinkels in Sydney, fjorden in Nieuw-Zeeland, leren duiken en vissen aan het schrikken maken. Kangoeroes en kiwi's, enorme gebieden zonder mensen en stranden waar ik nieuwe vrienden maak. Zelf op avontuur of meegenomen worden naar de plekken waar M. al eerder was.


Voorlopig kan het niet, geen tijd, geen geld, maar ik kan wel wachten; ik heb graag iets om naar uit te kijken. Ik zie het al voor me: masterdiploma op zak, twee jaar de tijd gehad om te sparen en te dromen. Met een backpack op mijn rug Schiphol binnenlopen; buiten valt sneeuw, maar ik heb de zon al in mijn hoofd.

De winter van 2014 - hoe klinkt dat? Ik ben van plan er een geweldige zomer van te maken.


I've got a plan 
I've got an atlas in my hands 
I'm gonna turn when I listen to the lessons that I've learned

dinsdag 6 december 2011

Mendoza & Maipú





Tips:
Hostel: Wij sliepen in Hostel Exclusive/Life Apart; de naam was niet helemaal duidelijk. Het centrum was binnen loopafstand en voor nog geen €30,- per nacht hadden we een eigen appartement. 's Ochtends moest je naar de receptie bellen en werd het ontbijt gebracht. Luxe, en dat voor deze prijs. 
Maipú: In Maipú, zo'n 20 minuten van Mendoza, vind je alle wijngaarden. Je kunt luxe, georganiseerde tours boeken, maar doe dat alleen als je geld over hebt. Het is duur en je kunt het prima zelf regelen door een bus te pakken en daar ter plekke een fiets te huren. Zodra je de bus uitstapt, verdringen ze elkaar om je aandacht. Wij zijn met Mr. Hugo gegaan. Voor €6,50 heb je de hele middag een fiets en krijg je korting bij verschillende wijntours. Je betaalt om te proeven vaak ook nog €4,- of €5,- voor 3 verschillende wijnen.
Bus: Zoals op zoveel plekken moet je in de bus met kleingeld betalen. En er is al-tijd een tekort aan kleingeld. Je kunt gelukkig ook een buspas kopen, de Mendobus, en daar tegoed op laten zetten. Die buspas kost je nog geen euro en kun je voor meerdere personen gebruiken, en een enkeltje met de bus kost zo'n 40 cent. Zo'n pas moet je wel van tevoren halen, bij de bus terminal bijvoorbeeld, want dat kan dus niet in de bus. Opladen kan daar ook niet, dus wees gewaarschuwd.



Het was prachtig, Patagonië. De ruwheid van de natuur. De uitgestrektheid. Ongerept en overweldigend. Ja, het was vaak guur, maar met goede kleren overwin je alles. Het was zo mooi als ik had gehoopt, en ik heb nog zoveel stukken niet gezien.

Toch kan ik niet ontkennen dat ik de eerste ochtend in Mendoza mijn armen in de lucht stak en een rondje heb gedanst en dat nog steeds regelmatig doe. Zon! Zon! Mendoza was echt even ontspannen. Je hebt verschillende soorten genieten en dit was het makkelijke soort. Een eigen appartement en iedere ochtend werd er vers ontbijt gebracht. Een lekker restaurantje nog geen 50 meter verderop. Een verse smoothie bestellen en er nog een kannetje naast krijgen, zodat je nog eens bij kunt vullen.

Naar Maipú. Op de fiets tussen de wijngaarden door crossen. Empanada's bij de Beer Garden. Wijn proeven en nog eens, en nog eens, nog eens. Het prachtige gebouw waarin de lekkerste Trapiche wijnen gemaakt worden. Malbec na Malbec. Het uitzicht over de olijfbomen. De zomer in mijn losse haren en op mijn bruine huid. Hier van genieten is zo simpel, maar dat doet er niets aan af. Genieten maakt gelukkig.






zondag 4 december 2011

Parque Nacional Los Glaciares: Perito Moreno





Natuurlijk had ik de foto's gezien. De verhalen gehoord. Dat het indrukwekkend zou zijn. En toch kon ik me het moeilijk voorstellen: hoe interessant is een ijsmassa nou? Tot de bus ons weer op zou halen, hadden we vijf uur de tijd om bij het uitzichtpunt rond te lopen. Ik durfde het amper hardop te zeggen, maar is dat niet saai?

Heb je ooit wel eens een gletsjer gehoord? De Perito Moreno gletsjer bestaat uit kilometers ijs die zich langzaam voortbewegen. Tijdens de eerste vluchtige blik was ik onder de indruk van de omvang, de grootte, de kleuren. Dus dit is ijsblauw. Maar wat je ziet is maar de helft en komt niet overeen met wat je hoort. Ik zag een indrukwekkend stilleven. Wat ik hoorde was zwaar gerommel het geluid van diepe scheuren. Soms zag ik dat ook, als er een stuk afbreekt, maar vaker kwam het van verder de gletsjer op. Het kraakt en het kreunt, het schuurt, schuift en gromt. Als onweer dat door de bergen rolt.

Ogenschijnlijk verstild en zo licht in de felle zon, maar schijn bedriegt. Dit is puur natuurgeweld.




dinsdag 29 november 2011

Ushuaia - Canal Beagle









Gisterochtend zijn we met een bootje het Beagle Kanaal op geweest. Er waren verschillende aanbieders, dus we hadden aan het meisje van het hostel gevraagd welke het leukst was. "Well, this one is really big and goes really fast and you're with a lot of people. This one uses a small boat, takes its time and you get a beer on your way back." Kijk, keuze snel gemaakt.

We waren inderdaad maar met z'n tienen en er was inderdaad bier en warme chocolademelk. Iets na tien uur voeren we uit en de eerste stop was bij een eiland met allemaal zeeleeuwen. In tegenstelling tot de zeeolifanten zitten zij nu in het paarseizoen, dus er zaten ook wat mannetjes bij. Net een beer, met die grote, harige kop. De dieren op Peninsula Valdes waren ook in het wild, maar dit voelde nog veel echter. Weg van de mensen, op hun eigen kleine, rotsige eiland, lagen de mannen met hun harem. Over een half jaar zitten juist zij bij Peninsula Valdes, daar brengen de jongen hun eerste maanden door. Gaan ze voor het eerst het water in, wat de reden is dat het dan Orka-hoogtij is daar. We zagen verder nog vogels die op pinguins lijken, alleen dan vliegend, en een eendensoort die juist helemaal niet kan vliegen.

Het is gek om de sneeuwtoppen te zien zo dicht boven zeeniveau. Er groeien hier ook planten die normaal alleen op 5000m hoogte voorkomen, omdat de temperatuur hier gedurende het het hele jaar vrij laag is. Oftewel: het is hier koud en ik was blij dat ik m'n muts mee had, maar je moet er wat voor over hebben. Het is namelijk wel een mooi uitzicht, scherpe bergpunten, de zon weerkaatst op de sneeuw. Achter ons Ushuaia, Argentinië, voor ons één van de Chileense eiland. Nog 1000km naar beneden en je bent op Antarctica. Ik probeer me voor te stellen waar op de wereldbol ik nu ben, maar het is zo zuidelijk dat het me haast niet lukt. Alsof je een globe probeert te kietelen, ergens in een verborgen hoekje onderaan, daar zitten we. Ik voel mijn wereld groeien, want het beeld dat ik van haar had, voldoet niet meer. Ze gaat mijn voorstelling te boven.







maandag 28 november 2011

Ushuaia - Martial Glacier




Gisteravond zijn we aangekomen in Ushuaia. De busreis was lang en niet erg prettig. Allerlei vertragingen, te koude airconditioning, verwarming juist te hoog. Grenscontroles die erg traag verliepen: sta je daar voor de vierde keer met je tassen te wachten in de regen.
Ik was moe, hongerig, alles deed pijn, maar dat was bijna vergeten toen we in de buurt van onze eindbestemming kwamen. Links sprongen een paar guanaco's (die nep-lama's) van de weg af; aan de rechterkant schitterde een langgerekt meer. De bergtoppen vol sneeuw en wolken. Na een paar slingerbochten kwam onder ons de stad in zicht, de lichten van containerschepen en catamarans in de haven. Rijen huizen ingeklemd tussen de bergen en het water. En daarna? Niets meer, alleen nog wilde natuur. We zijn in Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld.

Al snel wordt duidelijk dat de mensen hier aardig zijn. Echt aardig. Oprecht, niet opdringerig. De taxichauffeur vraagt ons of we wel een reservering hebben. Ons hostel ligt een stukje uit de stad en hij wil ons daar niet zomaar achterlaten. In het hostel worden we warm ontvangen, net zoals in het eettentje verderop. In een kleine, onaangeklede ruimte staan mannen lachend eten te maken. Op een grote grill liggen grote worsten en hele kippen. We komen voor een pizza (tip: niet doen. Al zijn ze hier nog zo aardig, pizza maken kunnen ze niet), maar op een grote vleesvork worden stukken worst uitgedeeld. Zo beleefd als ik kan, sla ik af - vegetariër zijn, wordt hier toch een beetje als een belediging gezien - dus de kok geeft Maarten met een knipoog ook mijn stuk. Net als vroeger bij de slager.

De buschauffeur die ons een stuk de berg op brengt, kletst gezellig en de vrouw die ons weer ophaalt, met haar kleinzoon naast zich, geeft ons er haast een tour bij. Ze vertelt van alles over de omgeving, wat er hier verbouwd wordt, dat dat aardbeien zijn, dat Nelson Mandela ooit in dit hotel sliep, dat je hier soms 4 seizoenen in één dag hebt, dat de kleuter naast haar al Engels krijgt op school. Hij begint vol trots te tellen en als we worden afgezet geeft hij M. een high-five. Dat afzetten gebeurt waar we willen, we zijn de enigen in de bus dus ze hoeft zich niet aan de route te houden. "Geen moeite", zegt ze, en ze meent het. 

Het weer hier is helaas niet echt geweldig: bewolkt en miezerig. Met stralend weer zijn de uitzichten hier eindeloos, maar we zullen het helaas zonder moeten doen. Gelukkig vermaken we ons ook zo wel. Vanmiddag zijn we naar een kleine gletsjer geweest. Niet erg indrukwekkend, maar het was wel een leuke wandeltocht. Lekker om me weer eens echt in te spannen op de moeilijke stukken, de natuur in. En de frisse lucht: zo lekker na het benauwde Buenos Aires en de as in Puerto Madryn. Het is wel gek om het ineens weer koud te hebben, een week geleden liep ik nog zwetend door de stad. Komende dagen blijven we nog even in de kou zitten: nog één dag in Ushuaia en daarna naar El Calafate voor een echte gletsjer. Met al dat ijs hier krijg ik bijna een kerstgevoel..





vrijdag 25 november 2011

Punta Ninfas & Peninsula Valdes








24 november, bovenste verdieping Ecocentro, Puerto Madryn

Alles zit onder de as. De auto’s, mijn schoenen, vingers, lippen. Ik zou nu mijlenver moeten kunnen kijken, maar zie de horizon niet eens.

Het hele stadje is gehuld in een aswolk. Ik weet niet waar de as vandaan komt, maar het is nu hier in elk geval. Net als wij. Beiden niet waar we moeten zijn. We hadden nu in het vliegtuig naar Ushuaia moeten zitten. Ik vroeg me van alles af: Klopt de reservering wel? Is onze betaling goed aangekomen? Hoe laat moeten we op het vliegveld zijn? Hoe komen we daar? Ik legde deze vragen voor aan iemand van het hostel die voor ons ging bellen. Gerust plofte ik neer met een kop koffie.

“Sorry. I just spoke to Mr. Flight and he says: no flights.”

No flights?! Daar had ik geen rekening mee gehouden. Een bezoek aan Aerolineas Argentinas bevestigde dat er voorlopig geen vluchten zouden zijn, misschien overmorgen weer. Met de bus zouden we er 30 uur over doen, maar het leek de enige optie. Het probleem was dat we het hostel in Ushui al hadden geboekt, evenals de vlucht daarvandaan en het hostel in El Calafate. Bij de bus terminal bleken alle bussen voor vandaag al volgeboekt te zijn, met de bus van morgen zouden we er zaterdagavond kunnen zijn. Om dan zondag door te vliegen naar El Calafate? Zonde!

Dus hebben we toch een bus geboekt – je moet toch wat – en zijn vervolgens terug gegaan naar Aerolineas om onze vlucht van zondag naar dinsdag om te boeken. Een belrondje zorgde er voor dat de hostels ook werden omgeboekt en het hostel in Puerto Madryn had door wat annuleringen gelukkig toch nog 2 bedden voor vannacht. Het is jammer dat we nu 2 dagen verliezen, maar het is niet anders. Komt wel goed.

Het is wel weer tijd om door te gaan, we hebben gedaan waar we voor kwamen. Hoewel het stadje best gezellig is, zijn het de omgeving en de dieren die het hier bijzonder maken. Dinsdagochtend kwamen we aan met de bus en ’s middags konden we gelijk door naar Punta Ninfas, wat op een uur rijden ligt. De lange, rechte weg bestond uit zand en gravel; geen wonder dat alle auto’s hier beschadigd zijn. In Punta Ninfas is de enige zeeolifanten-kolonie waar je echt bij mag komen. Vanaf een soort klif moet je naar beneden lopen/glijden/struikelen en dan sta je oog in oog met een stuk of 30 zeeolifanten. Uh, hallo.

De volwassen mannen, met die karakteristieke slurf, zijn helaas alweer weg, maar de vrouwtjes zijn alsnog best groot en de jongen lijken lief. Tot ze hun bek open doen en op je af komen: dan ben je heel snel weg.

De dag daarna zijn we naar de Peninsula Valdes geweest, een beschermd natuurgebied waar je allerlei dieren kunt zien. We zagen alweer zeeolifanten, alleen nu van een flinke afstand. Er zitten ook orka’s in de buurt, maar hoewel onze gids Ugo ons aanspoorde positief te blijven, hebben we die niet gezien. “Come on, we need to bring our positivity. It’s no science, but it works. We are positive, we receive. You must trust Ugo.”
We zagen wel pinguïns, een vosje, een soort beesten die op lama’s lijken en, na lang wachten tot de wind ging liggen en we de haven uit mochten: walvissen.

Wat een gave beesten zijn dat. Zo’n lompe kop en dan zo’n sierlijke staart. Het was lastig ze goed op de foto te zetten, mar ik heb herinneringen. We hebben 4 of 5 verschillende volwassen vrouwtjes gezien, sommigen met jong. Meestal kwamen ze alleen met hun kop of een klein stuk staart boven water, maar 1 hield z’n staart lange tijd hoog uit het water. Waarschijnlijk dezelfde uitslover die even later samen met een andere nog een paar keer uit het water sprong.

En vandaag dus naar het Ecocentro geweest. Een walvisskelet, overzichtskaarten van wie wie eet. Walvisgeluiden en donkere gangen met touwtjes die het idee gaven door de mond van zo’n dier te lopen. Koffie en warme chocolademelk en, helemaal bovenaan, een fijne rustplek. Twee trappen omhoog. Witte muren en lichte banken, de blauwgrijze zee en verder niemand. Meer heb ik nu ook niet nodig.