Natuurlijk vallen rommelmarkten, winkels en restaurantjes ook onder 'cultuur', maar we wilden toch ook nog wat andere culturele dingen zien. Maandag werd daarom bestempeld als 'cultuurdag'. 's Ochtends gingen we naar het fotografiemuseum, wat nogal tegenviel. Een paar zalen met het werk van Helmut Newton - dat in zijn tijd ongetwijfeld erg vernieuwend was - is toch teveel van het goede om nog erg interessant te blijven.
's Middags wandelden we over Unter den Linden, onder de Brandenburger Tor door, langs de Reichstag, het Joods Monument en een lang stuk Berlijnse Muur.
Dit stuk van de Berlijnse Muur is over de lengte van een kilometer door kunstenaars beschilderd. Er zijn schilderingen die verwijzen naar gevangenschap, een gedetailleerde afbeelding van een kus tussen de vroegere Sovjet-chef en zijn Oost-Duitse tegenhanger en heel veel abstracte tekeningen waarvan ik de, ongetwijfeld diepere, betekenis niet kon afleiden.
Het mooiste van die dag was het Joods Monument. In eerste instantie zie je de grijze blokken wel, maar tot je er in loopt, besef je de omvang eigenlijk niet. De grond golft, terwijl de blokken steeds hoger worden. In het midden zie je aan de zijkanten nog vaag de mensen lopen, maar ze lijken ver weg. Boven je de blauwe hemel, verleidend, maar onbereikbaar.
We besloten dat het niet respectloos was om het leven te vieren, dus er werd gelachen. Zigzaggend renden we achter elkaar aan en ik bedacht me hoe mooi het was om hier te zijn. En dat het gek is, dat je op zo'n plek die herinnert aan verschrikkelijke tijden zo gelukkig kunt zijn. Niet ondanks, maar juist daarom misschien.